Contact met de ‘echte’ wereld is soms ver te zoeken in onze prestatiemaatschappij, waarin iedereen vooral bezig is met zichzelf en zijn smartphone.

“Hoe gaat het?” “Ja, druk, hoe gaat het met jou?” Deze korte conversaties komen je vast niet onbekend voor. Sterker nog: ons dagelijks leven lijkt er vol mee te zitten. En wanneer de vraag volgt wat je doet, is een veelgehoord antwoord: “Ik ben piloot”, of “Ik ben consultant”. We lijken ons structureel te identificeren met ons beroep of met de drukte om ons heen. De uitwerking daarvan is duidelijk: een op de zeven werknemers ervaart volgens het CBS burn-out klachten.  

Drie auteurs van De Correspondent publiceerden in een reeks over de prestatiemaatschappij tips om gelukkig te zijn in die maatschappij. Deze liepen uiteen van het zich onttrekken aan het constant bereikbaar zijn tot het benadrukken van het werkproces en sich, in plaats van de finish. Ik moet toegeven dat ik, zelfs bij het schrijven van dit artikel, bezig ben met het eindproduct in plaats van het creatieve proces; in een prestatiemaatschappij is het immers niet sociaal geaccepteerd om te falen. Om dit te voorkomen, werken we resultaatgericht, wat een averechtse uitwerking heeft. Door enkel resultaatgericht te werken weerhouden we onszelf van het toelaten van misschien onbruikbare, maar creatieve ideeën.

Tegelijkertijd vraag ik me af of de auteurs van De Correspondent niet juist het gedachtegoed van de prestatiemaatschappij stimuleren. De titel van de reeks is immers ‘Gelukkig zijn in een wereld die draait om succes’. Maar is het streven naar constant geluk niet juist een westerse en prestatiegerichte gedachte? Misschien moeten we massaal leren accepteren om een keer niet gelukkig te zijn. Om een keer te falen. Door continu geluk na te streven, leggen we onszelf op dat geluk een keuze is en het gevolg van menselijk handelen. Hierdoor leggen we de verantwoordelijkheid bij onszelf, wanneer we een keer niet gelukkig zijn. Zo blijven we wellicht in een negatieve spiraal hangen.

Door continu geluk na te streven, leggen we onszelf op dat geluk een keuze is en het gevolg van menselijk handelen

Dit gedachtegoed wordt aangehangen door psychiater Dirk de Wachter. Hij benadrukte in het programma Sophie in de kreukels dat het de kunst van het leven is, om te leren ongelukkig te zijn. Ik vraag me echter af of dit probleem niet dieper geworteld zit. Filosoof Awee Prins benadrukte ooit in een interview dat hij constant uit het veld geslagen is, in tegenstelling tot andere mensen. Andere mensen lijken vaak over een dikkere huid te beschikken en dit wordt geregeld als verdienste gezien. Volgens Prins leven we hierdoor in gedachteloosheid en gaat de wereld aan ons voorbij. Dit levert ons enerzijds geen diepe ongelukkigheid op, maar anderzijds ook geen intens geluk. Door ons te beschermen tegen de moeilijkheden van het leven, wapenen we ons ook tegen alle mooie dingen. Een dunnere huid is misschien helemaal niet zo’n slecht idee.

Een tijdje terug las ik een gedicht van poëet David Whyte. Hij pleitte daarin voor gezamenlijk drama en gezamenlijk geluk. Wanneer we de alledaagse dingen zien als een collectief gegeven, zoals de deuren die voor je open worden gehouden en de vogels die voor je fluiten, zal je deze omarmen en hier dankbaar voor zijn. Misschien is het westerse gedachtegoed van het ‘individu’ wel overgewaardeerd en moeten we onszelf verenigen in juist die alledaagse dingen. In die kleine dingen die we voor elkaar doen, zoals een verloren ov-chipkaart teruggeven of opstaan voor een oudere vrouw. Ook Awee Prins benadrukte in het interview dat we de alledaagsheid moeten omarmen.

Misschien is het westerse gedachtegoed van het ‘individu’ wel overgewaardeerd en moeten we onszelf verenigen in juist die alledaagse dingen

Dit alles zouden we niet zien wanneer we enkel en alleen gefocust zijn op onze telefoon. Fotografe Ritzo ten Cate legde talloze ‘telefoonzombies’ vast en benadrukte hiermee het gebrek aan contact met de ‘echte’ wereld. Het is verraderlijk makkelijk om in de bus of op de fiets alleen naar je telefoon te kijken, maar dat is niet waar de verbinding plaatsvindt. Die vindt wellicht plaats in alledaagse dingen als een praatje in de bus, of oogcontact met iemand terwijl je voorbij fietst. De collectieve verbinding is dus misschien dichterbij dan we denken.

Op die manier kunnen we onszelf misschien wapenen tegen de prestatiedruk. Hoewel dit geen oproep is om nu massaal een dunnere huid te gaan kweken, is het wel een idee om eens te proberen die dagelijkse dingen niet aan je voorbij te laten gaan. Om die telefoon eens links te laten liggen en te kijken wie er eigenlijk naast je zit in die trein. En dan zie je de alledaagsheid wellicht, net zoals David Whyte en Awee Prins, als een collectief en verbindend gegeven.

Cover: terimakasih0 / Eindredactie: Kevin Hesp

301 Total Views 1 Views Today

Reacties

reacties

Categories: Column