Als het aan het CDA en D66 ligt krijgen we voor de komende verkiezingen eerst een campagne om mensen te waarschuwen voor nepnieuws. Is dit wel een slim idee?

Volgend jaar maart is het alweer zover: we mogen weer stemmen! Eerst voor de Provinciale Staten en twee maanden later voor het Europees Parlement. Naast de campagnes voor verschillende partijen die dan weer volop in gang worden gezet, zal er in aanloop naar de verkiezingen ook een andere campagne gevoerd worden. Tenminste, wel als het aan D66 en CDA ligt.

Minister Ollongren (D66) heeft in de Tweede Kamer laten weten dat het kabinet burgers bewuster wil maken van desinformatie en nepnieuws in aanloop naar de verkiezingen. De aankondiging van Ollongren is slechts een eerste aanzet, maar eind dit jaar wil ze met een concreet campagnevoorstel komen. De campagne zal burgers uitleggen waarom ze bepaalde soorten berichten wel krijgen te zien, en andere niet. De campagne moet niet gaan over de inhoud of politieke opvattingen.

Een dun koord
Minister Ollongren erkent het zelf al: er wordt hiermee een dun koord bewandeld. En dat is ook zeker het geval, want in hoeverre is het gedoogd dat de overheid zich gaat mengen in de berichten die wij te zien krijgen? We moeten ervoor zorgen dat de eventuele maatregelen niet meer schade zullen aanrichten dan het probleem zelf. Nepnieuws is overal, ook in Nederland. Toch zijn er in Nederland nog geen grote problemen voorgevallen door nepnieuws in combinatie met politiek, dus is zo’n campagne in Nederland eigenlijk wel nodig?

Nepnieuws op sociale media
Nepnieuws kan wel degelijk gevaarlijk zijn, zeker in aanloop naar de verkiezingen. Sociale media zijn de perfecte  broedplaats voor nepnieuws. Bedrijven als Facebook en Twitter proberen wel bij te dragen aan het voorkomen van nepnieuws door berichten te filteren voor ze online gaan. Echter, werpt dat niet altijd zijn vruchten af. Zo’n twee weken geleden deed Brandpunt+ hier een onderzoek naar. Zij planden via nepaccounts advertenties met onjuiste informatie over partijleiders en stembureaus, die vervolgens op 20 maart 2019 (net voor de verkiezingen) geplaatst zouden worden.

Deze advertentie werd samen met bijna alle andere advertenties goedgekeurd door Facebook

Een voorbeeld van een advertentie was een bericht waarin stond dat de stembussen in een bepaalde gemeente eerder dicht zouden gaan. Via een instelling van Facebook kan je zorgen dat dit bericht alleen wordt getoond aan mensen die eerder ‘interesse’ hebben getoond in de VVD. Dit zou er dus toe kunnen leiden dat een aanzienlijk deel van eventuele VVD-stemmers niet naar de stembus gaat. Deze advertentie werd samen met bijna alle andere advertenties goedgekeurd door Facebook, dat is natuurlijk best shocking. Uiteraard heeft Brandpunt+ de advertenties weer offline gehaald, nepnieuws verspreiden via de publieke omroep leek hen toch niet zo’n heel goed idee.

Trump-tijdperk
Als er iemand is die ons constant probeert te wijzen op nepnieuws (in dit geval fake news), dan is het wel de Amerikaanse president Donald Trump. Nepnieuws bestond natuurlijk al ver voordat Trump president werd, maar de term is wel kenmerkend voor het Trump-tijdperk. Trump beschuldigt de media en bedrijven er vaak van nepnieuws te verspreiden en is eigenlijk al zijn eigen campagne tegen nepnieuws begonnen. Afgelopen week gaf hij zelfs indirect de ‘schuld’ aan de media voor de verscheidene bompakketten die zijn verstuurd naar critici van Trump. Als reactie op de verstuurde bompakketten zei Trump namelijk dat de media een einde moeten maken aan de negatieve en vaak valse aanvallen en verhalen die zij verspreiden.

Persvrijheid en democratie
Genoeg redenen om een campagne tegen nepnieuws te voeren zou je denken. Toch is het niet zo simpel als het lijkt, want waar ligt de grens tussen het beschermen van je burgers en het in gevaar brengen van de persvrijheid? Nieuws heeft zo’n grote maatschappelijke waarde, dat persvrijheid in de Nederlandse grondwet verankerd is. Persvrijheid gaat ook hand in hand met democratie. Media  zijn er om autoriteiten te controleren, maar wat als deze autoriteiten de media vervolgens weer controleren? Dan stelt deze controle vrij weinig meer voor. Natuurlijk zal de eventuele overheidscampagne niet letterlijk gaan bepalen wat nepnieuws is en wat niet, maar ze zouden burgers wel een (verkeerde) kant op kunnen sturen. En dat is een gevaar voor de democratie.

Minister Ollongren heeft aangegeven burgers alleen te laten begrijpen waarom ze bepaalde dingen zien, en andere niet. Maar zelfs dat kan in bepaalde gevallen al de persvrijheid beperken. De strijd tegen nepnieuws is op zichzelf al lastig, laat staan voor de overheid. Als deze strijd in Nederland al gevoerd zou moeten worden, kan het initiatief daarvoor beter van buiten de overheid komen. Bijvoorbeeld door techbedrijven, sociale media en nieuwsmedia. Voor nu is het afwachten met wat voor concreet plan minister Ollongren zal komen, en of het dunne koordje nog net stevig genoeg is voor haar om te bewandelen.

Cover: Wokandapix via Pixabay

38 Total Views 4 Views Today

Reacties

reacties

Categories: Politics